Consuminderen: het kan!

26 maart 2009

Dagelijks kunnen we de gevolgen van overconsumptie op het nieuws zien: oorlog om grond­stoffen, smeltende poolkappen, ontbossing, honger. Draag je daar met je eigen koopgedrag iets aan bij? Moeten we allemaal gaan ‘consuminderen’ om de wereld te redden.
Sommigen zeggen dat ‘overconsumptie’ niet het echte probleem is. Als we maar over­schakelen op schonere technologieën – efficiëntere motoren, druppelirrigatie, cradle to cradle, waterstofauto’s, kernfusie – komt alles in orde.
Zou het? Optimisme is een goede eigenschap, maar het probleem met de technolo­gi­sche benadering is de volgorde: eerst plunderen we de rijkdommen van de Aarde om steeds meer te kunnen consumeren; vervol­gens bedenkt iemand een schonere manier om evenveel te kunnen opslobberen zonder de nadelige gevolgen; maar dan begint het pas: die nieuwe technologie moet eerst maar eens de markt zien te veroveren, terwijl de oude, vuile werk­wijze vaak goedkoper is. Intussen is het bos al gekapt.

Weg met het consumentisme?

Een deel van de milieubeweging stelt dat ongebreidelde consumptiedrift de wortel van de ellende is. Niet technologie maar een mentaliteitsverandering moet de wereld redden. Nieuwe technische snufjes prikkelen namelijk de zucht naar meer, zodat de besparingen teniet worden gedaan. We moeten leren genoegen te nemen met wat we echt nodig hebben en wat binnen de draagkracht van de Aarde valt. Geluk kunnen we beter zoeken in im­mate­riële zaken dan in bezit.

De ‘consuminderstroming’ is omstreden binnen de milieubeweging omdat de ideeën te moeilijk zouden zijn voor de rest van de bevolking. Het heeft ook wat elitairs, dat geluk zoeken in het hogere, aardse welvaart afdoen als platvloers. Niet voor niets onder­scheidde de adel zich door het dragen van versleten kleding van de nouveaux riches.
Buitenstaanders vinden de consuminderideeën vaak maar raar, zien het als een stap terug en maken het bela­che­lijk: we willen toch niet terug naar de tijd van de holbewoners?
Een frappant voor­beeld is een reactie op de mooie fotoreportage die eind vorig jaar in Trouw verscheen over Jan Juffermans van De Kleine Aarde, die met volharding in hon­derd stap­pen met slimme vondsten zijn ecologische voetafdruk wist terug te brengen naar de 1,8 hectare waar een aard­bewo­ner recht op heeft (ter vergelijking: de gemiddelde Nederlan­der gebruikt 4 hecta­re).
Twee dagen later schreef iemand in een ingezonden brief dat ze ‘akelig’ werd van de ‘armoede die de foto’s uit­straalden’. Eigen­lijk was ze het wel met de kritiek op het consu­men­tis­me eens, het ging haar vooral erom dat Juffermans ’s winters de koelkast uitzet en voedsel koelt in een serre. De briefschrijver wist nl. nog hoe blij ze vroeger waren toen ze eindelijk een koelkast hadden.

Maar iets wat fijn is, hoeft er niet altijd te zijn. Armoede is het als je voedsel bederft bij gebrek aan koelkast. Rijkdom is het als je men­taal in staat bent de koelkast alleen te gebruiken wanneer deze echt nodig is, nl. ’s zomers, omdat je ’s winters een andere oplos­sing hebt.
Consuminderen is niet onmogelijk. Eeuwenoude levensbeschouwelijke stromingen in Oost en West prediken onthechting van aardse bezittingen. Miljoenen mensen móéten het eenvoudigweg met minder doen en beleven toch plezier aan hun leven. Elke week nieuwe kleren of gadgets willen hebben, is een aangeprate behoefte. ­Het is aange­bo­ren om te willen hebben wat je ziet, maar mensen zijn ook in staat om hun verlan­gens te stillen met zon­nestralen.

Kredietcrisis en consumptie

Jarenlang was het praten over overconsumptie een achterhoedegevecht, maar sinds afgelo­pen jaar lijkt er een kentering gaande. Eerst trokken de extreem stijgende olie-, grondstof- en voedselprijzen (de voedselcrisis) veel aandacht; tekenen van de uitputting van de Aarde. Later eiste de kredietcrisis alle aandacht op.
Regeringen roepen ons nu op om vooral te blijven consumeren om de economie aan de gang te houden, maar er zijn ook andere geluiden – en ook uit hoeken vanwaar je die niet zou verwachten. Zo hebben bankiers zelf in een anonieme enquête hun bonussen aange­wezen als belangrijkste veroorzaker van de crisis en gepleit voor meer regulering.

Terwijl eerdere recessies gewoonlijk werden gezien als een natuurlijke golfbewe­ging, wordt deze bijna alge­meen toegeschreven aan graaigedrag. Niet alleen Amerikanen die een huis wilden kopen leefden te veel op de pof, dat geldt feitelijk voor de hele Amerikaanse economie en overheid, en Nederlandse banken pikten daar graag een graantje van mee. Opvallend is dat de ‘groene’ banken veel minder last hebben van de kredietcrisis dan andere: als gevolg van hun principes moesten zij altijd al transparant zijn en konden zij dus geen vage beleggingsconstructies kopen waarvan onduidelijk was hoe het geld ver­diend werd.
Het geloof in de almachtige vrije markt die alles oplost is nu weg – de ‘onzichtbare hand’ die de hebzucht van velen samenvoegt tot iets goeds, heeft gefaald. Er wordt nu alom gepleit voor een ‘andere’ economie waarin de belangen van mens en milieu volwaar­dig meetellen. We willen weer verder vooruit kijken dan de winstuitkering van morgen: voor een duurzaam inkomen is ook ecologische en sociale duurzaamheid nodig. De kre­diet­crisis zorgt dus voor een mentaliteitsverandering ten goede.

De kredietcrisis heeft natuurlijk ook praktische gevolgen. Als de productie dit jaar inder­daad gaat teruglopen, geldt dat natuurlijk ook voor de uitstoot van vervuilende stoffen. Het milieu krijgt zo een kleine adempauze. Maar dit zet niet veel zoden aan de dijk: als de machines weer gaan draaien is de ‘achterstand’ gauw genoeg weggewerkt.

Een negatief effect van de recessie is de daling van grondstof- en brandstofprijzen. Dit zet niet aan tot zuinig gebruik.
Energiebesparingsplannen (en plannen voor duurzame energieproductie) die zeer renda­bel leken toen de olieprijs een half jaar geleden op record­hoog­te stond, worden nu mis­schien afgelast. Ook zien onwilligen, zoals de Duitse regering, in de recessie een mooie aanleiding om af te zien van milieubeschermingsplannen, onder het voorwendsel dat er niet genoeg geld zou zijn.

Maar wat is geld? De afgelopen jaren werden degenen die geld met geld maakten sterren. Die sterren zijn nu hard gevallen en banken staan opeens niet meer bovenaan de lijst met favoriete werkgevers. Het inzicht breekt door dat zinvol werk, waar anderen iets aan hebben, niet alleen bevredigender maar ook duurzamer is. Dat je bij een investering niet alleen moet kijken naar wat het op korte termijn oplevert, maar ook naar de gevolgen en risico’s op lange termijn. Dat inzicht biedt kansen op een mooie toekomst.


Hoe LED-licht werkt

14 oktober 2007

De theoretische werking van LED-licht is lastig te verklaren. maar het is wel makkelijk uit te leggen waarom veel mensen er zo enthousiast over zijn.

Opbouw LEDOpbouw

Een LED is een lichtgevende diode: een stukje halfgeleidertechniek dat licht geeft als er stroom doorheen loopt. Halfgeleidertechniek ligt ook aan de basis van moderne elektronica en is gebaseerd op het manipuleren van de eigenschappen van een minuscuul stukje silicium of germanium. Bij een LED leidt dit ertoe dat een zeer kleine hoeveelheid materiaal licht uitstraalt in een heel specifieke kleur en al bij een kleine stroom. De lichtbron is zó klein dat er eigenlijk slechts sprake is van een kleine punt die licht geeft. Hierdoor is het licht met een lensje makkelijk te bundelen tot een gerichte straal. Die lens geeft de specifieke vorm aan een LED: het is de halve bol aan de bovenkant.

Kleur en wit licht

LED’s geven licht in één specifieke kleur. Door te spelen met de samenstelling van het halfgeleidermateriaal, word de kleur van de LED bepaald. Witte LEDs geven licht in 3 kleuren:  rood, groen en blauw. Rood en groen zijn de typische LED-kleuren, die je waarschijnlijk kent uit de indicatielichtjes op elektronica. Blauw is minder typisch, omdat het dure en giftige metalen vraagt om de kleur te verkrijgen, oa. gallium en arsenide. Elke witte LED geeft óók blauw licht, en heeft dus ook al deze matierialen in zich. Momenteel lijken alle inspanningen van producenten zich te richten op wit licht met een hoog rendement te maken. Op licht met een aangename kleur is het nog even wachten.

Lichtsterkte

LED’s werken over het algemeen bij een lage spanning (typsich tussen 2 en 5 volt, dezelfde spanning waarbij de meeste andere electronica ook werkt) en met een lage stroom (typisch 10 0 – 100 mA). Ze geven afzonderlijk niet zo heel veel licht en worden dus bijna altijd met meerdere tegelijk gebruikt in verlichting.

Zuinig

LED’s hebben de reputatie heel zuinig te zijn, maar dat is slechts ten dele terecht. Het rendement is ongeveer gelijk aan dat van een spaarlamp, maar hier vallen op korte termijn verbeteringen te verwachten. In tegenstelling tot de gloeilamp, zit de LED-lamp nog niet aan zijn theoretische top-rendement.

Toch kan een LED veel langer blijven branden op een batterij dan een gloeilamp. Dat is niet alleen te verklaren uit het hoge rendement, maar ook doordat een LED heel anders werkt dan een gloeilampje. Een LED-lampje in een zaklantaarn (bijvoorbeeld) blijft licht geven totdat de batterijen bijna helemaal leeg zijn, iets wat soms honderden uren kan duren. Een gewoon fietslampje houdt er echter al veel sneller mee op: ook al zijn de batterijen nog bijna vol, ze geven niet genoeg stroom meer om de gloeidraad te verhitten. Al na een paar uur is de lamp uit, maar de batterij nog maar halfleeg.

Ook de richtbaarheid van het LED-licht draagt indirect bij aan de zuinigheid – je verspilt nl. geen licht door het naar plaatsen te sturen waar het niet nodig is.

Ten slotte gaat de led veel langer mee dan als een spaarlamp of gloeilamp. (resp. 100 000 uur, 10 000 en 1 000 uur).

Voor- en nadelen

Met hetzelfde rendement als een spaarlamp, heeft de LED toch een aantal belangrijke voordelen: hij kan eenvoudig gedimd worden, heeft geen last van in- en uitschakeleffecten, gaat veel langer mee en het licht kan gericht worden.

Het belangrijkste nadeel is het gebruik van zeldzame en giftige grondstoffen, die in de nabije toekomst al schaars zouden kunnen worden. Misschien is het tijd op te houden die grondstoffen te verspelen aan frivole toepassingen als lichtgevende kerstmanmutsen en ze te gebruiken waar ze het hardst nodig zijn: licht waar het nodig is.

.


Het Energie A-B-C

30 juni 2007

Atomic ErnieVoor wie ze niet allemaal meer op een rijtje heeft: De belangrijkste energiebronnen onder elkaar gezet: alternatief èn conventioneel; veelbelovend en utopisch.

Aardgas, biomassa, ethanol, geo-thermisch, golfenergie, getijde-energie, kernfusie, kernsplitsing, steenkool, methaanhydraten, olie, waterkracht, waterstof, wind, zonnewarmte en zonne-energie Bekijk alle onderwerpen: Lees de rest van dit artikel »


Win een thuisbioscoop!

27 juni 2007

tv.gifJuist, is je aandacht getrokken? Grrr… Nee, heus, ik ben geen zeurpiet, maar soms is het wel erg duidelijk dat sommige bedrijven milieu echt alleen maar als verkoopargument gebruiken. Kijk eens naar een website van BCC De site vraagt je een tip in te sturen om energie te besparen en vervolgens kan je daarmee een thuisbioscoop winnen… Oh, het is vast een heel zuinige thuisbioscoop, maar ergens klopt er toch iets niet. En waarom staat hun site eigenlijk letterlijk “onder water”… Ze geven alvast een voorproefje voor wat er gebeurd als iedereen aan thuisbioscoop gaat!

Kan het nog absurder? Vast wel! Bedenk zelf eens een wedstrijd met absurde prijzen en laat hem als reactie hier achter. Ik geef een vast een voorzet:

 

Geef ons je lekkerste vegetarische recept en win een jaar lang BBQ vlees van “Hans Worst, uw warme slager, Dorpslein 7, Leuteren aan Zee”.

Stuur ons je groenste tip voor vakantie en win een vliegreis naar de Noordpool (onder voorbehoud van weggesmolten vakantiebestemming).


Gloeilampen – hoe spaarzaam licht werkt

27 mei 2007

lamp_bright.pngDe gloeilamp gaat eindelijk de ban in. Logisch, want het is zo’n beetje de domste manier van verlichten. We moeten met zijn allen aan de spaarlamp. Laten we de lampen eens op een rijtje zetten. Lees de rest van dit artikel »


Energievrije woningen?

13 maart 2007

foster3.jpgNaja, ehm bijna energie onafhankelijk, en misschien is energie-vrij niet eens de juiste term. In Friesland hebben ze het al, evenals in California. Betaalbare huizen waar de energierekening nagenoeg nul is. Met behulp van Zonnepanelen op het dak, warmtewisselaars, zonne-boilers en nog een aantal energie-efficiente methoden kunnen er huizen worden gebouwd die vrijwel energieonafhankelijk zijn. De huizen zijn nog wel aangesloten op het net, zodat overtollige energie kan worden afgegeven aan het net, en in gevallen van nood, er op kan worden terug gevallen. Goeie zaak, en dat voor nog geen 150.000 euro in centraal Nederland, Utrecht! Waarom hebben we hier nooit eerder van gehoord? Zou iemand naast de voordelen ook nog een aantal discutabele/minpunten kunnen opsommen?